Column: Vier sterren

Vier sterren is het tegenovergestelde van hetgeen ik als beoordeling zou geven aan het hotel waar wij in Portugal verblijven. Het zou er naar alle waarschijnlijkheid mee te maken hebben dat vier sterren in Portugal een compleet andere betekenis heeft dan bij ons in Nederland. Het enige vier sterren aan dit verblijf is de prijs. Bewust halfpension gekozen zodat je -wel eens- een diner kan overslaan en elders kunt gaan eten. 

Na een aantal dagen ‘s morgens hetzelfde ontbijt te hebben ‘genoten’, is het te merken dat het vrij eentonig is. Smakeloos. Het diner in de avond begint met een broodje met zoute boter gevolgd door een veel te zoute salade om vervolgens te moeten constateren dat de zalm veel te droog is. Zonde. Als je niet kan koken, blijf dan weg uit de keuken. Een overschot aan zout, waardoor je om de haverklap begint te hoesten. En maar denken dat je Corona-symptomen hebt, blijkt het gewoon door de overdosis zout te komen. 

De bediening werkt hard, alle respect daarvoor maar de vrouw in kwestie heeft nou niet bepaald een gastvrije uitstraling. Ik wil niemand beoordelen op het uiterlijk, maar dit is echt een ultiem afschrikwekkend voorbeeld. Zonder gastvrije uitstraling, heeft nog nooit iemand fooi verdiend. Ik noem haar cipier Helga, die ‘s morgens telkens hetzelfde minieme ontbijt serveert. Het lijkt wel alsof de kok ziek is sinds wij hier verblijven en zij af en toe tijdens het bedienen door, snel in de pannen roert. Ook het besef waarom de snackbarren op iedere hoek in Nederland, snackbarren zijn en geen Engels georiënteerde eetgelegenheden. Bij de gedachte om eens te vragen of zij wel eens een flying salmon heeft gezien, heb ik besloten om het toch niet te vragen. Had wel leuk geweest, voor mij dan.

Wel respect voor Helga's harde werken. Het maakt niet uit wanneer je uit het raam richting het zwembad of restaurant zou kijken - Helga doet altijd wel iets. Slaapt waarschijnlijk ook nooit en haar versteende knotje zal vast al tig jaar in hetzelfde model zitten. Een carrièrevrouw.

Gisteren voor het eerst buiten de deur wezen eten, en wat wás het kwalitatief goed. Alsof je van het Leger des Heils overstapt naar inderdaad een vier-sterren-waardige maaltijd. Noem mij verwend, maar ik boek immers niet voor niets vier sterren.

Enig nadelig punt buiten het hotel is de welbekende zonnebrillenman met zijn veertigduizend broers. Evenals horecapersoneel die je probeert naar binnen te lokken. Humoristisch is wel al die talloze geslachtofferde gezichten van toeristen die al bij het eerste restaurant, vestiging één van ‘Restaurant De Binnenlokker’, tegen de maaltijd zitten aan te hikken omdat zij niet goed zijn in ‘nee’ zeggen. Deze groep toeristen zal het eind van de boulevard nooit bereiken. 

Wat het halfpension betreft, zijn de drankjes bij het ontbijt en diner niet inbegrepen, zo kwamen wij er eergisteren spontaan achter. Alle andere avonden zijn wij na het ontbijt en diner zo weggelopen. Misschien daarom wel de dodende blikken van cipier Helga die ons kamernummer, 318, waarschijnlijk heeft omgetoverd tot duivels getal. Wanneer de drankjes geld kosten, besteed ik mijn euro’s liever buiten het hotel. Er zit immers een groot verschil tussen verse jus d’orange en jus d’orange uit een machine op basis van gefabriceerde siroop. 

Het hotel biedt ook een privé-jacuzzi, die ik niet durf te reserveren gezien ik veel te bang ben om in een roestende, oude tobbe terecht te komen en vervolgens allerlei ziekten te hebben die voor het laatst opdoken tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Enfin, rugpijn idem dito. Laten we het er op houden dat je net zo goed op het dressoir had kunnen gaan liggen. 

Een hoop geklaag, maar al met al valt het best mee. Van ergernissen kan ik immers genieten, het zorgt voor humor en dus uiteindelijk een lach op mijn gezicht. En het positieve aan onze vakantie in Portugal? Alles buiten het hotel. Kwalitatief goede restaurants, gastvrije bevolking, levendigheid, variatie, een mooie omgeving en een ultiem vakantiegevoel.

Een aanrader.

Max Joling
Omhoog